informatievaardigheden

INFORMATIEVAARDIGHEDEN

Google is niet meer weg te denken uit ons leven. Voor de meeste lessen verslagen gebruiken we een zoekmachine om informatie op te zoeken. Informatievaardigheden omvat het scherp kunnen formuleren en analyseren van informatie uit bronnen, het op basis hiervan kritisch en systematisch zoeken, selecteren, verwerken, gebruiken en verwijzen van relevante informatie en deze op bruikbaarheid en betrouwbaarheid beoordelen en evalueren. (SLO 2017) Doordat iedereen kan en mag plaatsen op internet neemt de online informatie exponentieel toe. Het is en blijft moeilijk om de informatie te checken op waarheid. Dit maakt het extra belangrijk om jezelf en je leerlingen hierin te onderwijzen. Voor het vinden van wetenschappelijke informatie werk ik graag met google scholar. Daar staan wetenschappelijke betrouwbare artikelen.

Google Scholar

De bronnen die ik gebruik worden APA toegevoegd aan het verslag. Onderaan het verslag kom een bronnenlijst waarin de bronnen alfabetisch vermeld staan. Om het op de juiste manier in de lijst te zetten maak ik hebruik van Scribbr. Dit is een website die je helpt met de juiste bronvermelding te genereren. Zodra hij in APA goed staat voer ik de bron ook in in word zodat ik ze in ieder verslag zo nosig snel voor handen heb.

Informatievaardigheden aanleren

Tijdens mijn stage op de Theun de Vriesskoalle in Veenwouden heb ik een aantal lessen gegeven met de methode blink.

In deze methode wordt wereldoriëntatie geïntegreerd aangeboden waarbij de leerlingen op een onderzoekende en ontdekkende manier aan de slag gaan met ruimte voor eigen onderzoek. Met het geïntegreerde lesmateriaal van “Blink Wereld” ben jij als leerkracht de reisleider die de kinderen op hun reis door de wereld langs de hoogtepunten leidt. De kinderen gaan dingen ontdekken die zij boeiend vinden en dat kan voor elk kind iets anders zijn. (Wereldoriëntatie geïntegreerd, 2020)  Bij de Dr. Theun de Vriesskoalle worden er ieder lesjaar 5 verschillende thema’s behandeld, in een periode van ongeveer 8 weken. De thema’s starten met een introductie van het thema, waarin de doelen en het gezamenlijke eindproduct aan bod komen. De intro bevat ook een aantal ‘triggers’ om de kinderen nieuwsgierig te maken en te bekijken wat ze aan voorkennis hebben. Vervolgens krijgen ze eerst een basis aan inhoud en vaardigheden geboden door middel van de geleide onderzoekslessen die je gezamenlijk met de hele klas doet. Daarna volgt de “Test jezelf” (wat weet ik nu al? wat vind ik interessant?) en gaan ze zelf aan de slag met hun eigen onderzoeksvraag. Ze doen onderzoek, ze maken een eigen product en ze werken samen toe naar de eindpresentatie. Elk thema eindigt met een evaluatie.

Binnen deze lessenserie kwamen meerder facetten van het computational thinking en mediawijsheid aan bod. Het hele proces van de blink lessen is design based, waarin de kinderen een aantal stappen moeten doorlopen om uiteindelijk tot een resultaat te komen. Om de kinderen te herinneren aan deze stappen heb ik een placemat gemaakt die ze gedurende het hele thema kunnen gebruiken.

Het bedenken van een onderzoeksvraag en betrouwbare sites vinden een groot onderdeel van dit programma.

Door zogenaamde vaardigheidskaarten gaan kinderen aan de slag met deze thema’s. Onderstaand een aantal voorbeelden van de Blink vaardigheidskaarten die we in deze lessenserie hebben gebruikt.

Klik hier voor het complete verslag:

1.2.1 De leerkracht toont aan vanuit een informatiebehoefte een informatievraag met deelvragen te kunnen formuleren.

1.2.2 De leerkracht toont aan zoekstrategieën te kunnen bepalen en hanteren bij een informatiebehoefte, waaronder gebruik van zoektermen en het inschatten van de aard van digitale informatiebronnen.

1.2.3 De leerkracht toont aan informatie te kunnen verwerven en selecteren naar bruikbaarheid, betrouwbaarheid en representativiteit. 

1.2.4 De leerkracht toont aan verworven informatie te kunnen samenvoegen, verwerken en presenteren waarbij gebruikte (digitale) bronnen worden verantwoord en vermeld. 

1.2.5 De leerkracht toont aan het informatieverwerkingsproces te kunnen analyseren en het eindproduct te beoordelen aan de hand van (eigen) opgestelde criteria.